De filmmaker

Stel je voor. Je loopt ’s avonds laat in een steeg. Aan beide kanten stenen muren met links en rechts wat graffiti. Het is donker, droog, maar kort daarvoor heeft het geregend. De straat is nog nat. De lantaarn straalt een oranje licht, waarbij alle kleuren die er zijn wegvallen. Het is stil, je hoort alleen links en rechts nog wat druppels vallen.

Opeens hoor je voetstappen. Op het moment dat je die hoort lopen er twee jonge mannen de hoek om. Beide hebben jeans aan met gaten. De ene een leren jas en een New York Yankee pet op. De andere heeft een grijze hoodie aan en de muts op. Beide lopen met een gebogen hoofd jou tegemoet.

Dit is het moment dat ons hoofd op hol staat. Ons hagedissenbrein slaat alarm. Je hartslag gaat omhoog. Je krijgt kriebels in je buik. Ons hoofd gaat vervolgens met je aan de haal. Als een ware Steven Spielberg worden de films gemaakt in je hoofd. Misschien hebben ze wel een mes? Wat zouden ze willen? Wat ga ik doen als ze mij aanvallen? Je haalt je handen uit je zakken. Met je handen in zakken kun je je niet verdedigen, heb je je bedacht. Je balt je vuisten en je lichaam is gespannen.

De twee jongens naderen gestaag. Ze lopen onder de lantaarn door en zijn nog een paar meter van je verwijderd. Inmiddels loop je zo ver mogelijk rechts. De vluchtroutes zijn allemaal volledig geanalyseerd. De jongens zijn nu heel dichtbij, je kan ze bijna aanraken. De ene met het petje kijkt iets op en kijkt je recht aan. “Goedenavond meneer” klinkt uit zijn mond en ze zijn gepasseerd.

Joost en Rick komen net bij een vriend vandaan. Het is ’s avonds laat en zijn op weg naar huis. Ze hebben het samen nog over het bezoek. Hun vriend had net de relatie uit en zat niet lekker in zijn vel. Hij had het even nodig, even met de jongens bij elkaar. Het hebben over “mannendingen” beetje gamen en samen wat drinken.

Na de laatste zin viel er een stilte. Het is fris, de Joost trekt zijn hoodie over zijn hoofd. In gedachte lopen ze beide rechtsaf de steeg in. In de verte loopt er een man, alleen. Ze kijken beide op. De eerste gedachte bij Joost is, die is nog laat onderweg zo alleen. Ze lopen nietszeggend verder. In zijn ooghoeken houdt Joost die kerel in de gaten. Hij maakt een wat gestreste indruk denkt Joost. Zou hij dronken zijn? Zo direct hebben we gedoe. De laatste tijd hoor je zoveel rare verhalen.

Ze komen dichterbij. Joost raapt zijn moed bij elkaar en zegt “Goedenavond meneer” en zo lopen hem voorbij.
Het spel in ons hoofd. Er ontstaan allerlei verhalen, deze lijken zo echt dat we ze geloven. Geen enkel verhaal heeft ooit echt plaats gevonden, ze bestaan namelijk niet. Ze zijn allemaal geconditioneerd door programmeringen die wij in ons zelf hebben. De twee korte verhalen hierboven geven weer hoe een situatie op twee manieren bekeken kan worden. Want op een afstand bekeken waren het drie personen in een steeg, meer niet.

Moet je je gedachten dan altijd links laten liggen? Zeker niet! Het verhaal van er ligt sneeuw in de bocht en als ik te hard ga vlieg ik eruit, kan verrekte handig zijn. Maar kijk eens naar de verhalen alsof het een film is en weet dat er een dosis fantasie bij betrokken is.

Nick

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *